Onze kinderen moesten in groep 8 van de basisschool nog korte tijd alle letters volgens de voorgeschreven regels schrijven.

Na de Citotoets veranderde dat. Vanaf dat moment kregen de kinderen gelegenheid om hun eigen handschrift te ontwikkelen.

De meeste ouders vonden dit een logische werkwijze. Over het moment wanneer je de schoolse schrijfregels precies loslaat, kun je nog van gedachte wisselen. Maar het oefenen zèlf stond voor niemand ter discussie.

En zo leren alle kinderen eerst de letters keurig aan elkaar te schrijven, precies volgens het voorbeeld in het boek. Nadat de kinderen deze manier helemaal eigen gemaakt hebben, stoppen ze hun eigen persoonlijkheid erin.

Op school weten ze dat het werkt: na-apen is een volkomen natuurlijke manier om iets nieuws te leren. Kinderen imiteren elkaar continu en leren daardoor spelenderwijs alles om te groeien en de wereld te verkennen: praten, fietsen en voor zichzelf opkomen.

Na-apen is verdacht

Als we ouder worden, redeneren we vaak compleet anders.

Iemand imiteren is verdacht, zeker als het gaat om creatieve activiteiten als schilderen of schrijven. Je dient volkomen origineel en uniek te zijn en niet de kloon van een ander. Dus iedere vorm van navolging is taboe.

Toch is dat vreemd.

Eeuwenlang bestudeerden kunstenaars het werk van andere kunstenaars. Het was een gangbare methode om een eigen beeldtaal, muzikaal idioom of werkwijze te ontwikkelen.

Schrijvers deden hetzelfde.

William Shakespeare bedacht nauwelijks eigen plots, maar gebruikte bestaande verhalen. Door diverse elementen samen te voegen creëerde hij iets nieuws.

En jij?

Veel creatieve activiteiten zijn vaardigheden die je jezelf eigen maakt door veel te oefenen. Daarvoor heb je voorbeelden nodig.

Het voordeel van volwassenheid is dat je die voorbeelden zelf kunt kiezen. Niet om klakkeloos te kopiëren – dit is geen pleidooi voor plagiaat – maar om je te laten inspireren.

Of zoals de Spaanse schilder Salvador Dali zei: “Originaliteit is overwonnen imitatie.

Kijk af bij kunstenaars, schrijvers, ontwerpers of andere creatievelingen die je bewondert. Probeer uit wat werkt en wat niet werkt. Combineer en voeg samen. Neem over wat bij je past en geef er je eigen draai aan.

“It’s not where you take things from – it’s where you take them to.”
– Jean-Luc Godard

 

Rondstruinen in Ideeënschatkamers

Hoe neem je een ideeëndouche? Waarom is een oude trui zo handig? En minstens zo belangrijk: hoe voer je een idee echt uit en hoe krijg je andere mensen mee met jouw idee?
Gebruik het startpakket Ideeënschatkamers, zodat je je inspiratiebronnen ten volle leert gebruiken en toepassen.

 

You may also like