Hoofdpersoon Stijn in Kluuns bestseller Komt een vrouw bij de dokter is een walgelijke man. Toch raak je als lezer helemaal in de ban van dit verhaal. Wat kunnen journalisten en tekstschrijvers daarvan leren?

Enkele jaren geleden las ik Kluuns debuutroman in de trein. Een vriendin had me het boek aangeraden als het mooiste dat ze de laatste jaren gelezen had, dus ik probeerde te ontdekken wat haar zo geraakt had in het boek.

Ik ergerde me enorm aan de hoofdpersoon Stijn, een vreselijke schuinsmarcheerder. Dat ondertussen zijn vrouw Carmen doodziek thuis lag, maakte het drama nog groter. Toch greep het boek me op een raadselachtige manier bij de keel.

“Ik zou hier maar niet verder lezen, want direct ga je huilen”, zei het meisje dat in de coupé tegenover mij zat. Verbaasd volgde ik haar advies.

Het meisje had niets te veel gezegd.

Enkele bladzijdes verder stroomden de tranen over mijn wangen.

Romanfiguren slepen ons mee

Dat uitgerekend Kluun mij wist te raken wil wat zeggen. Verhalen hebben de wonderbaarlijke kracht om ons helemaal mee te slepen, van ergernis tot ontroering. Of we nu willen of niet.

Dat een personage in werkelijkheid niet bestaat, maakt niets uit: ons brein beleeft het verhaal als levensecht. Het lot van een romanfiguur raakt ons alsof ie onze vriend of buurjongen is.

Zo beschreef Louis Couperus de wederwaardigheden van Eline Vere eerst in de vorm van een feuilleton, die gepubliceerd werd in de Haagse avondkrant Het Vaderland. Dag na dag volgden de lezers de wederwaardigheden van Eline op de voet totdat ze uiteindelijk overleed. De dag na haar dood droegen de Hagenaars rouwbanden.

Als verzonnen overledenen lezers zo in beweging brengen, dan geldt dat zeker voor non-fictieverhalen. We zijn geprogrammeerd om met andere mensen mee te leven. En dat doen we dan ook gretig. Hoe meer we van onszelf herkennen, hoe meer we meelachen of meehuilen.

Deze mensen zijn bij voorkeur geen superhelden.

We vereenzelvigen ons liever met klunzen: hoe menselijker, hoe herkenbaarder. En dat geldt dus ook als een personage ronduit een schoft is.

 
 

Een kijkje in het hoofd

Om deze emoties op te wekken kunnen tekstschrijvers en journalisten de kunst afkijken van romanschrijvers. Het draait allemaal om de gelegenheid die je de lezer geeft om zich met de hoofdpersoon te verbinden. Een romanschrijver beschrijft daarvoor vaak zijn hoofdpersonage van binnenuit. Hij geeft de lezer het vermogen in het hoofd van een ander te kijken.

Een prachtig voorbeeld hiervan is het artikel ‘Anatomie van een klap’ van Freek Schravesande (2012, NRC Handelsblad). Het artikel gaat over een leraar die tijdens een schooluitje een leerling een tand uit de mond sloeg. Dieper kan een docent bijna niet zinken.

Maar toch.

Schravesande beschrijft hoe de leraar dit incident zelf ervaren had en geeft daarmee een uniek inkijkje.

Intussen was het muisstil in de bus. En net zo verbijsterd stond daar Buizer, op het middenpad. Strak van de adrenaline. Hij wist: hier is iets onherstelbaars gebeurd. Hardop zei hij, waarschijnlijk om zichzelf te troosten: “Ik ga toch bijna met pensioen.”

Het drama van dit verhaal is dat we lezen over de dader die iets verwerpelijks gedaan heeft.

Tegelijkertijd snappen we ook dat leerlingen een docent tot het uiterste kunnen tergen. Zo erg, dat de docent zijn grenzen ver overschrijdt. Die dubbelheid komt terug in dit verhaal, net zoals Kluun deed met zijn verhaal over de overspelige Stijn.

Begrijpen wie we zijn

In deze verhalen herkennen we de dilemma’s waar we allemaal wel eens mee worstelen. Waargebeurd of niet, dat maakt niet veel uit.

Kies je voor trouw aan je echtgenote of voor een spannend avondje uit dat je afleidt van je sores? Overdenk je alles of durf je je over te geven aan de invallen van het moment? Beken je schuld over overspel of bedek je je fout met de mantel der liefde? Dat zijn universele thema’s waar lezers altijd over willen lezen.

Een traditioneel journalistiek stuk levert feitelijke kennis en informatie; een verhaal levert begrip en inzicht in menselijke neigingen en drijfveren.

Dat laatste sluit direct aan op onze diepe emotionele behoeften. Want uiteindelijk lezen we verhalen om te begrijpen wie we zijn. Ben jij een Stijn?

You may also like

3 comments

  • Kitty Kilian juni 6, 2012  

    Yep. Goed gezegd!

    • Kitty Kilian juni 6, 2012  

      PS Mooie site trouwens. Hele leuke foto’s daar bovenaan!

  • Barbara Tieks maart 19, 2013  

    Compassie voor grote hork? “Tekstschrijvers kunnen nog iets leren van Kluun”