Vijf cruciale stappen om een 'en-toen-verhaal' spannend te maken

Schrijf jij de gebeurtenissen in je verhaal altijd in chronologische volgorde op? Hoogste tijd om het over een andere boeg te gooien. Want dat kan veel creatiever en spannender.

Verhalen die precies het tijdsverloop volgen van het begin tot het einde, lijken op de verhalen van jonge kinderen: toen gebeurde er dit en toen gebeurde er dat.

Voor een (mondelinge) vertelling is dit een bruikbare vorm, want de luisteraar kan het verhaal zo goed volgen. De chronologie geeft houvast. Maar op papier krijgt het verhaal al gauw het karakter van een opsomming. Saai!

Gelukkig heb je als schrijver veel mogelijkheden om te variëren. En dat kan heel goed op een manier waarop de lezer nog steeds de draad vasthoudt.

Kijk als schrijver de kunst eens af bij filmmakers. De meesters onder hen hebben de kunst van het verhalen vertellen tot in de kleinste details geperfectioneerd.

1. Breek je verhaal op in scènes

Deel je verhaal op in afzonderlijke scènes in plaats van één grote vertelling te schrijven.

Een scène bestaat altijd uit een handeling op één plek (de kajuit, de woonkamer, het tuinhuisje) op één moment (de zomernamiddag, de uitgaansavond). Het heeft altijd een duidelijke begin- en een eindmarkering.

  • Knip de handeling op in afzonderlijke stukken. Elke keer als de personages op een nieuwe plek aanwezig zijn of als er een verandering is in de tijd, begint een scène.
  • Breng een goede begrenzing aan. Iedere scène moet geopend en gesloten worden. Dat doe je meestal door een nieuwe tijdfase en/of plaats aan te geven. Dat hoef je overigens niet altijd letterlijk doen; je kunt ook suggereren dat er een tijdsprong gemaakt is.
  • Vraag je af wat de hoofdgedachte is van de scène. Wat is de kern en waarom heb je hem nodig in je verhaal? Wat wil je de lezer duidelijk maken? Wie wint er en wie verliest er? Aan het eind van elke scène moet er iets veranderd zijn. De hoofdpersoon neemt bijvoorbeeld een beslissing of is tot een nieuw inzicht gekomen.

 
 

2. Verbind de scènes met een tegenstelling of een gevolg

Om de ene scène met de andere te verbinden, moet je er twee woordjes tussen kunnen plaatsen: ‘maar’ of ‘dus’.

Als dat niet kan, is de tweede scène een herhaling van de eerste.

3. Gebruik flashbacks en flashforwards

Als je de scènes uitgeschreven hebt, ga je met deze stukken schuiven. Daarmee bouw je spanning op.

Je laat je lezer bijvoorbeeld weten hoe een gebeurtenis afloopt (een flashforward), maar onthult pas stap voor stap hoe het zo gekomen is. Of je schuift een terugblik in je verhaal, die een verklaring geeft voor iets wat in het heden gebeurt (flashback).

Maak dat schuiven met scènes niet te ingewikkeld. Als je de vaste tijdsvolgorde doorbreekt, eis je veel van een lezer om de draad vast te houden. Het allerbelangrijkste is dat je lezer je wel kan blijven volgen!

Tip: als je binnenkort een film bekijkt, kijk dan eens bewust hoe de regisseur dit bij de verfilming heeft aangepakt.

4. Speel eerst een ouverture

Besteed speciale aandacht aan de eerste scène. Denk daarbij eens aan de opbouw van een klassiek muziekstuk. De componist laat de luisteraar in de opening vaak het thema horen van het muziekstuk in een eenvoudige vorm.

Het is een soort opwarmer voor de rest van het muziekstuk. De componist geeft een belofte af en zet de toon.

Dat kun je ook toepassen in een geschreven stuk. De eerste scène bevat in beknopte vorm het belangrijkste dilemma of het meest spannende element van de rest van het verhaal.

Een symbolische anekdote is ook mooi. De hoofdpersoon staat bijvoorbeeld altijd vooraan als er iets te beleven is. De eerste scène verhaalt hoe de jongen bij de zwemles meteen in het diepe springt, terwijl de andere kinderen van de klas eerst hun zwembandjes aandoen.

5. Zet een krachtige slotscène in

Niets is zo erg als een verhaal dat uitdooft als een nachtkaars. Een pakkend slot of logische afsluiting is cruciaal om ervoor te zorgen dat het verhaal bij je lezers blijft hangen.

Het einde van het verhaal vraagt om de terugkeer of afronding van het centrale thema. De lezer verwacht een soort conclusie. Bij een waargebeurd verhaal komt de hoofdpersoon in de slotscène meestal tot een nieuw inzicht of trekt hij een conclusie uit de gebeurtenissen.

De beste eindes laten ons niet opgewekt achter, schrijft Daniel H. Pink in zijn boek Het juiste moment (2018). Ze zorgen juist voor het gevoel dat er meer is, een flits van onverwacht inzicht, een vluchtig moment van transcedentie of de mogelijkheid dat we gekregen hebben wat we nodig hadden (zoals vriendschap in de animatiefilm Up) door af te zien van wat we wilden (het huis in diezelfde film).

En toen… kwam er ook een einde aan dit artikel. Maar niet voordat ik je aanmoedig om zelf te spelen met de volgorde van je verhaal of artikel. Het wordt er een stuk lezenswaardiger van.

Sprankel!

 

 

 

 

 

 

 

 

Over Sigrid

Verhalenmaker | Creatieve Gids | Praktisch idealist | Auteur | Trendonderzoeker | Conceptontwikkelaar | Journalist | Neerlandica

Verhalen zijn toverballen met een magische werking. Als verhalenmaker helpt Sigrid maatschappelijke instellingen en publieke organisaties aan verhalen die mensen in beweging brengen. Over de kracht van storytelling in teksten schreef zij het boek Toverballen voor het Brein.

Zij werkt ook intensief één op één met bevlogen professionals om van dromen ook daden te maken door het vertellen van verhalen. Daarmee helpt ze hen om de beste versie van zichzelf te worden en hun verhaal te laten sprankelen.

Meer ontdekken over verhalen en creatief denken? Laat je hier inspireren!

 

You may also like

One comment

  • Claudia maart 12, 2013  

    Interessant! Ook zeer bruikbaar in een Nederlands les!