Hoe je bloedeloze verhalen tot leven wekt

Je hebt hard aan je verhaal gewerkt en je leest het nog eens over. Alles zit erin: overtuigende feiten, sprekende details, mooie quotes en een duidelijke conclusie. En toch mist er iets essentieels: een kloppend hart, dat het verhaal echt tot leven brengt.

Ik ben een groot liefhebber van verhalende journalistiek, dat verwant is aan literaire non-fictie, new journalism en storytelling. Deze manier van journalistiek bedrijven geeft tegenwicht aan bloedeloze verhalen over projecten, een nieuwe dienst of behaalde successen.

Er zit geen leven in dit soort verhalen.

En dat heeft weer te maken met het feit dat je je als lezer niet met de
belangrijkste mensen in het verhaal kunt identificeren.

Als je hoofdpersoon een mens is met wensen, idealen en frustraties zal dat wel lukken, maar veel schrijvers belichten die menselijke eigenschappen nauwelijks. Het behoort nu eenmaal niet tot de gangbare journalistieke gewoonten om in een informatieve tekst mensen van vlees en bloed te schetsen.

Toch heeft ieder mens drijfveren die hem of haar in beweging zetten en dat geldt ook voor de hoofdpersoon in jouw verhaal. Hoe beter je lezer deze drijfveren begrijpt, hoe meer hij zich kan inleven. En hoe beter je tekst gelezen wordt.

Herken je deze situatie?

Dan heb je alle aanleiding om je verhaal nogmaals onder de loep te nemen. Wat je moet doen als schrijver is die verlangens expliciet maken en laten zien hoe je hoofdpersoon daar mee om gaat. Dat gaat zo:

1. Wat zijn de verlangens van je hoofdpersoon?

Beschrijf de verlangens, de hoop en de verwachtingen van je hoofdpersoon. Sta er rustig langer bij stil om je lezer mee te nemen naar de diepere drijfveren van je hoofdpersonen.

Wat is zijn uitgangssituatie? In welke wereld begeeft hij zich? Wat gaat dat opleveren?

Een voorbeeld uit eigen werk om duidelijk te maken hoe dat gaat.

Voor maatschappelijk investeerder Start Foundation volgde ik ruim twee jaar lang de belevenissen van dertien langdurig werklozen, die een eigen bedrijf wilden beginnen.

Eén van hen was Elemam, een schuchtere vluchteling uit Soedan. In mijn verhaal beschrijf ik hoe hij opgroeide bij Jabal Marrah, een grote, groene berg in Darfur.

 
 
In zijn jeugd droomde hij ervan om boer te worden op de vruchtbare hellingen van deze gedoofde vulkaan, maar hij moest vluchten voor het oorlogsgeweld. Nu droomt hij van een eigen biologische groentetuin met de naam Jabal Marrah.

De tuin symboliseert de terugkeer naar zijn jeugd, waar hij niets te maken had met de dwingende regels van de Sociale Dienst.

2. Welke moeilijkheden moet hij overwinnen?

In wezen beschrijft ieder verhaal een ontdekkingsreis, waarin de hoofdpersoon in een nieuwe wereld terecht komt. Daar ontmoet hij tegenvallers, tegenstanders maar ook helpers.

Met Elemam was dat niet anders. Hij begon in een Haagse wijk met de aanleg van zijn groenteoase. Maar hij was vaak ziek, hij snapte niet hoe hij zijn producten op een handige manier kon verkopen en zijn omzet bleef veel te laag. De Kleine Coöperatie, die hem begeleidde bij het opzetten van een eigen onderneming, gaf hem daarom langer de gelegenheid zijn groentetuin verder uit te bouwen.

Door te beschrijven welke moeilijkheden je hoofdpersoon moet overwinnen en wie hem daarbij helpen, geef je je lezer opnieuw de kans om zich met hem of haar te identificeren.

3. Wat is het resultaat?

Elk verhaal is pas ‘af’ als het slot de lezer duidelijk maakt welke resultaten alle inspanningen opgeleverd hebben. Wat is er veranderd? Je hebt hiervoor geen spectaculaire ontknoping nodig, een klein inzicht dat je hoofdpersoon verworven heeft, kan al voldoende zijn.

Elemam is nog steeds geen zelfstandig ondernemer, maar in vergelijking met zijn aantreden twee jaar geleden heeft hij wel enorm aan zelfvertrouwen gewonnen.

Het symbool daarvan zijn de nieuwe visitekaartjes, die hij heeft laten maken. Op het kaartje prijkt de titel executive director van Jabal Marrah.

Het resultaat van deze manier van schrijven is dat je lezer kan meedromen en meeleven met je hoofdpersonen. Je leert iets over het grotere thema van het verhaal, in dit geval het verlangen van Elemam om zijn leven in eigen hand te nemen.

Dat is een universeel thema, waar je lezers door geboeid raken én blijven.

 

Naschrift in 2015:
Het verhaal van Elemam is verder gegaan: lees hier wat hij nu doet als stadsboer bij Coöperatief Eigenwijzer.

 

Meer inspiratie

Sigrid van Iersel is een verhalenmaker met een journalistieke achtergrond, die de kracht van storytelling en creatief denken aan elkaar knoopt. Als bedenker en uitvoerder van verhaalconcepten helpt ze publieke organisaties en maatschappelijke instellingen om mensen te raken en in beweging te brengen bij veranderingen.
Ze is hoofdredacteur van het online magazine Trots op je Vak over vakmanschap bij sociale diensten, auteur van Lenig Denken (samen met Marenthe de Bruijne en Rineke Rust) en Toverballen voor het Brein. Ook is ze schrijver van artikelen en boeken, onder meer op het gebied van sociaal ondernemerschap en kwetsbare mensen aan de onderkant van de samenleving.

You may also like

One comment

  • Mauritz.A.Noppe juli 1, 2011  

    Kan in een verhaal meer voorkomen dan potentie, verlangens, drijfveren én beweging ?
    Het leven als leerproces vertoont meestal geen consistente lijn en is onderworpen aan diverse voorstellingen, foute kaders, situationele toevalligheden en toegedichte verklaringen.
    Het situationele en toevallige laten zich zelden goed herdefiniëren. Geschiedschrijving is aan dezelfde onvolkomenheden onderworpen. We dichten onszelf een coherent verklaringskader toe, dat meestal een verfraaid of vertekend beeld oproept.