www.sbnation.com www.codecademy.com www.facebook.com www.facebook.com www.authorstream.com id.kaywa.com itsmyurls.com www.pusha.se www.spuntiespuntini.it bookmarkbook.org

Hoe een fictief verhaal geloofwaardig blijft

Geloofwaardigheid is alles bij de toepassing van storytelling. Een waargebeurd verhaal verdient daarom meestal de voorkeur. Toch kom je vast wel eens situaties tegen dat een fictief verhaal beter past. Met deze tips maak je ook een fictief verhaal geloofwaardig en betrouwbaar.

Kennisbank storytelling

 

Witte plekken in de historie: 

Je wilt bijvoorbeeld een erfgoedverhaal vertellen over de Romeinse tijd of nog langer geleden. Over het meisje van Yde bijvoorbeeld: het veenlijk dat in het Drentse veen gevonden werd. Wat er echt met haar gebeurd is, weten we niet. We hebben geen ooggetuigen of harde bewijzen.

Toch wil je haar dramatische verhaal vertellen, waarbij je – met de nodige slagen om de arm – de witte plekken in de geschiedenis invult.

(Voor wie nieuwsgierig is: In het Drents Museum in Assen zie, hoor en beleef je hoe dit museum dit heeft aangepakt.)

Vooruitblikken in de toekomst:

Een ander voorbeeld draait om trends die je tot leven wilt wekken. Een verhaal kan beter vertellen wat ons te wachten staat dan een opsomming van ontwikkelingen. Dus je ontwerpt een fictief verhaal om gebeurtenissen op een levensechte manier te presenteren.

Te complex of te gevoelig:

Een derde voorbeeld kan een situatie zijn die zo ingewikkeld is, dat het vrijwel ondoenlijk is om het verhaal met al zijn mitsen, maren, uitzonderingssituaties, grote hoeveelheden betrokken mensen, gedragsregels, interventies en andere complicaties uit de doeken te doen.

Of het is een situatie die erg gevoelig ligt, bijvoorbeeld omdat de mensen zich schamen. In dat geval is een fictief verhaal, gebaseerd op feiten, eveneens een uitkomst.

Hoe schrijf je een geloofwaardig fictief verhaal?

Maar hoe pak je het aan en wat komt erbij kijken bij het maken van een geloofwaardig verhaal? En wat zijn de valkuilen?

1. Wees selectief

Om meteen maar een misverstand uit de wereld te helpen: fictie schrijven is niet makkelijker of sneller. Je hebt namelijk veel achtergrondinformatie, trendoverzichten, beelden en ander materiaal nodig om een fictief verhaal te maken dat ook nog geloofwaardig is.

Allereerst begin je dus met onderzoek. Een fase vol valkuilen, want bij dit onderzoek kom je meestal tal van mooie details en interessante uitspraken tegen.

Al snel dreig je bedolven te raken onder de lawine aan informatie. En wat voor de schrijver geldt, is zeker van toepassing op de toekomstige lezer: die kan er al snel geen touw meer aan vast knopen.

Als schrijver moet je dus een stevige rode draad aanbrengen, die de lezer op een gemakkelijke en logische manier door die geweldige hoeveelheid aan materiaal loodst.

Het grote geheim van goed schrijven is één onderwerp kiezen. Geen zijpaadjes dus; niet toegeven aan de drang om compleet te willen zijn. Dat is dus veel schrappen en kiezen. Die ene rode draad, daar gaat het over. Zonder focus op een centraal thema ontstaat er nooit een meeslepend verhaal.

Schrijf dus eerst de ruggengraat van je verhaal op.

  • Wat is het achterliggende thema van het verhaal? Toets daarna voortdurend of een anekdote bijdraagt aan de ontwikkeling van dat thema.
  • Waarom heeft de gebeurtenis zo plaatsgevonden en niet anders?
  • Vertelt het iets over je hoofdpersoon of over de manier waarop hij/zij in het leven staat?

Comprimeer en laat alleen het belangrijkste zien.

2. Werk vanuit één drijfveer

Een verhaal is het aantrekkelijkst als je het schrijft vanuit een personage. Dan kan de bezoeker/lezer zich met iemand identificeren.

Bij een fictief verhaal betekent dat al snel dat je deze hoofdpersoon zelf ‘verzint’ op basis van je bronnen. Er is wel een voorwaarde: het moet waarachtig zijn. Het personage moet echt bestaan kunnen hebben.

Deze hoofdpersoon geef je een drijfveer: een centraal motief om de dingen te doen zoals hij ze doet.

Geloofwaardig betekent hierbij allereerst dat je personage logische keuzes maakt. Is het een historische figuur, dan past alles wat hij doet en denkt helemaal in de leefwijze van die tijd. En zijn ene beslissing vloeit uit het andere voort.

Je mag deze hoofdpersoon allerlei gedachten toeschrijven. De lezer snapt vanzelf wel dat de kasteelheer, de minstreel, de dienstbode, de guerrillastrijder of de struikrover het niet echt allemaal zo beleefd heeft; daarvoor is het te lang geleden en zijn er te weinig bronnen.

De lezer accepteert dus dat het niet precies zo gebeurd is zoals jij het vertelt. Maar wel moet zonneklaar zijn dat het zo had kúnnen gebeuren. Zolang het verhaal geloofwaardig is binnen de eigen wereld van het verhaal, accepteert je lezer alles.

3. Kies een geloofwaardige verteller

Behalve een hoofdpersonage heb je een verteller nodig. Dat kan je hoofdpersonage zijn, maar ook een tegenspeler. Of meerdere personages vertellen het hele verhaal, ieder vanuit hun eigen perspectief.

Kijk maar eens hoe het Bastogne War museum in Bastogne (Ardennen) dit aangepakt heeft. Hier zijn vier verzonnen personages, die ieder hun eigen perspectief hebben op de oorlogsgebeurtenissen. In een introductiefilmpje worden alle personages voorgesteld. Vervolgens komen de personages in de hele tentoonstelling terug om hun kant van het verhaal te belichten. Aan het slot komen ze allemaal samen. Erg knap gedaan.

Als je het verhaal vertelt vanuit een historisch personage, dan is het voor de geloofwaardigheid van het allergrootste belang dat je personage geen enkele kennis heeft over onze huidige tijd. Historische personages kunnen onmogelijk zeggen dat ze iets ‘knettergoed’ vinden. Ze kunnen ook op geen enkele wijze iets weten dat alleen met huidige technieken kan worden vastgesteld.

Voor sommige verhalen heb je een verteller met afstand nodig, die wel diverse zaken met elkaar in verband kan brengen. Zo kan een verhaal over de prehistorie verteld worden door een archeologisch onderzoeker.

4. Zet iets op het spel

Een verhaal dient toegankelijk en herkenbaar te zijn, maar daarmee ben je er nog niet. Er moet iets op het spel staan: een dilemma, een worsteling, een obstakel dat overwonnen wordt.

Het verhaal is dus geen beschrijving van een situatie, maar er gebeurt iets. Een drama ontrolt zich, met een nog onbekende afloop.

Het meest interessant is als je inzoomt op het moment dat je personage een belangrijke keuze moet maken.

  • Kiezen voor de groep of voor je eigen belang?
  • Een sprong in het diepe of de veilige gouden kooi?
  • Je partner trouw blijven of kiezen voor het spannende avontuur?

Keuzes van alle tijden. Die maken het verhaal niet alleen geloofwaardig, maar ook intrigerend, spannend en universeel.

5. Vermeld je bronnen

Vermeld in een inleidende tekst of in de afsluiting dat het gaat om een fictief verhaal, gebaseerd op onderzoeksrapporten en andere bronnen. Want natuurlijk maak je aan de lezer ook duidelijk op welke bronnen je je gebaseerd hebt.

Dat doe je niet ín het verhaal (dat haalt je publiek onnodig uit de beleving van het verhaal) maar achteraf, in een goede verantwoording.

 

Van fictief verhaal naar universele waarheid

Het is bijzonder om te merken hoezeer een fictief verhaal toch een eerbetoon kan zijn aan de waarheid. Zo kreeg ik laatst deze reactie van een man, wiens verhaal ik omgevormd had tot een fictief verhaal.

“Ons stuk vonden we erg prachtig en mooi omschreven en vooral zo juist en goed verwoord. Zo waardevol! Wij denken dat iedereen in de wijde omgeving zich precies in het stuk kan vinden zelfs zonder de namen te noemen. Het is zo herkenbaar.”

En jij, wat zijn jouw ervaringen met fictieve verhalen die de waarheid vertellen?

 

Sprankel!

 

 

 

 

 

Over Sigrid

Verhalenmaker | Creatieve Gids | Praktisch idealist | Auteur | Trendonderzoeker | Conceptontwikkelaar | Journalist |  Neerlandica

Van allerlei ervaringen probeer ik een verhaal te maken. Ook ben ik doorlopend nieuwsgierig naar de verhalen van anderen. Hoe meer verhalen, hoe rijker ons leven.

Verhalen vinden, vormen en delen is ook mijn vak als verhalenmaker. Ik help publieke organisaties en maatschappelijke instellingen aan verhalen die mensen in beweging brengen en zo de wereld wat mooier te maken.

Ik schreef de boeken Lenig Denken en Toverballen voor het Brein. Meer ontdekken? Laat je hier inspireren!

 

Print Friendly, PDF & Email

Je vindt dit misschien ook leuk