​Als je je smartphone verliest, dan baal je stevig. Als die smartphone pas vijf dagen oud is, dan baal je waanzinnig.

Enkele jaren geleden gebeurde dat laatste bij mijn zoon, toen zestien jaar oud. Voor de jaarlijkse sportdag van zijn school had hij vijf kilometer met zijn fiets door de stad getrapt. Bij aankomst in het sportcentrum bleek zijn telefoon ongemerkt uit zijn broekzak gegleden te zijn.

Het zag er niet naar uit dat die smartphone ooit nog opgespoord kon worden langs die drukke verkeersroute. Een gloednieuw apparaat, daar zou een slimme vinder nog een aardig bedrag voor kunnen vangen.

Ik meldde de smartphone aan bij het digitale loket voor verloren en gevonden voorwerpen. Ondertussen zat mijn zoon vol zelfverwijten, want hij had het idee dat alleen hem dit soort narigheid overkwam. Dat maakte de zaak voor hem misschien nog wel meest frustrerend.

Ik zag nog een ander verhaal dat hij zichzelf kon vertellen.

Ik ontwaarde namelijk een patroon: dit soort dingen gebeurden hem eigenlijk alleen als hij afweek van zijn routine. Gewoonlijk verliest hij nooit iets.

Vanwege de sportdag droeg hij niet zijn gebruikelijke jeans, maar een sportbroek. De stugge spijkerstof houdt de telefoon op zijn plaats, het gladde sporttextiel niet. Hij zou daarom voortaan extra alert kunnen zijn als hij iets anders doet dan anders.

De volgende dag belde een vriendelijke mevrouw van het loket mij op. Het apparaat was gevonden. Onbeschadigd. Ik kon mijn oren niet geloven.

Of ze me in contact mocht brengen met de vinder, vroeg ze beleefd. Ja, natuurlijk!

De smartphone bleek gevonden te zijn door een oplettende scholier.

Op de eerste de beste grote kruising nabij ons huis had hij het apparaat zien liggen, waarschijnlijk vlak nadat hij uit de broekzak geglipt was. Hij had zijn vondst aan zijn vader gegeven, die direct een melding had gedaan bij het loket voor gevonden voorwerpen.

Deze vader bood spontaan aan om de smartphone bij ons thuis langs te brengen. Hij moest namelijk toch in de buurt zijn.

Zo had mijn zoon een dag later zijn smartphone alweer terug.

Er zijn eerlijke vinders, die hun vondsten persoonlijk bij de eigenaar afleveren. Ook in een grote stad vol drukke verkeerswegen kun je je spullen weer terugkrijgen. Dat kan razendsnel geregeld zijn. En als je een steek laat vallen, kan het gewoon weer helemaal goed komen.

Er waren dus heel wat meer verhalen te vertellen naar aanleiding van deze gebeurtenis dan de sombere verhalen die wij onszelf direct na het incident vertelden.

Verhalen die allemaal waar zijn.

Een verhaal over iets vervelends dat je overkomt, hoeft niet treurig af te lopen. Welnee, het kan ook een happy end hebben. Mijn zoon leefde nog lang en gelukkig met zijn smartphone, die al snel weer het kloppende hart van zijn sociale netwerk was. Hij let voortaan extra goed op als hij het apparaat opbergt. Dat dan weer wel.

Sprankel!

 

 

 

 

 

 

 

Het boek Jongleren met Vermiceli- Creëer en leef je verhaal is een inspirerend speel- en werkboek. Voor mensen die op een of andere manier zijn vastgelopen met hun verhaal, maar ook mensen die hun idee met de wereld willen delen. Alles begint met een goed verhaal 🙂

Bestel Jongleren met Vermicelli hier

 

 

 

 

 

Over Sigrid

Verhalenmaker | Storytelling Coach | Creatieve Gids | | Auteur | Conceptontwikkelaar 

De verhalen over onszelf en de wereld beïnvloeden hoe we kijken naar onze eigen mogelijkheden.

Denk jij in problemen of in mogelijkheden? We kunnen zelf kiezen.

Je verhaal veranderen is de eerste stap in de richting van je gewenste toekomst. Ik help je om de verhalen te vinden die jou laten floreren en mensen in beweging te brengen. Ook help ik je om deze verhalen tot leven te wekken en te verspreiden.

Met verhalen baan jij de weg naar een toekomst vol mogelijkheden. Jij wordt een visionaire veranderaar, die jouw eigen verhaal gaat leven. Met helderheid, verbeelding en betekenis.

Meer weten? Laat je hier inspireren!

 

You may also like