Ga elke dag op ontdekkingsreis

Een man vertelde me laatst dat hij zijn auto altijd op een andere plek parkeert als hij bij zijn werk komt. Doelbewust. Iedere dag. Op deze manier maakt hij elke keer een andere wandeling en ziet hij dagelijks nieuwe dingen. 

Wat een slimme manier om elke dag er even tussenuit te breken en daar dan weer een routine van te maken. 

Routines zijn namelijk enorm hardnekkig, soms zelfs sterker dan jezelf. Ik neem me regelmatig voor om water en koffie in de koffiezetter te doen en dan pas later op het knopje te drukken om over een half uur de koffie te kunnen drinken.

Routines zijn sterker dan onze wilskracht.

Dat lukt niet. Ook niet als ik heel bewust probeer mijn gedachten erbij te houden. Ik ben zo gewend om de knop meteen in te drukken, dat het apparaat toch alweer begint te pruttelen. 

Mijn zonen hebben er ook last van. We zijn in ons gezin gewend om onze achterdeur meteen na gebruik op slot te draaien. Zo vergeten we het niet. 

Maar als ik in onze tuin van de zon zit te genieten, is dat natuurlijk niet de bedoeling. 

Regelmatig moet ik met een schreeuw een zoon terugroepen, die me onbedoeld heeft buitengesloten. Routines hebben hun nuttige kant, maar kunnen je blik op de wereld ook enorm beperken. Zeker als je het leven als één grote ontdekkingsreis beschouwt. 

Het mooie is: elke dag kun je daar een stukje van afleggen.

Zonder Beagle op ontdekkingsreis.

Daar heb je niet per se een Beagle, karavaan of vliegtuig voor nodig, je kunt ook iedere dag een wandeling maken. 

Wat zie je als je op straat loopt? Welke kant ga je op? Welke geluiden hoor je? Welke gebouwen vallen je op? Welke verhalen horen er bij die gebouwen? Welke vogels vliegen er? 

Hoe heten de bomen? Wat zijn de platgetreden paden? En waar gaat niemand kijken?

Dat levert altijd invallen op.

Grote of kleinere ideeën. En nieuwe verhalen. Om dat te doen, moet je dus je eigen sleur omzetten in een andere routine die jou de gelegenheid geeft om wél regelmatig stapjes buiten het uitgesleten spoor te zetten. 

Niet met de lift, maar met de trap. Niet meteen je computer aanzetten, maar eerst een rondje lopen langs collega's of over een andere verdieping van het gebouw. 

Of je auto (of fiets) iedere dag op een andere plek parkeren.