
Wat storytelling betekende na de vuurwerkramp
Vijfentwintig jaar geleden werd een complete wijk in Enschede weggevaagd: Roombeek. De vuurwerkramp liet niet alleen fysieke verwoesting achter, maar ook een breuk in de verhalen van mensen.
Toch is Roombeek vandaag weer een levendige wijk, mede dankzij de verhalen die sindsdien zijn gedeeld, bewaard en hersteld.
Stedebouwkundige Pi de Bruijn en directeur Hadassa Meijer van het Huis van Verhalen vertelden over de wederopbouw van Roombeek tijdens de Dag van de Stad in Enschede. Allereerst deelden zij hoe belangrijk het is om langdurig aandacht te besteden aan de emoties bij de getroffenen.
Dat deed Enschede volop: herinneringen kregen een plek, verdriet werd gedeeld en de historische identiteit van de wijk werd hersteld. Dat is de kracht van storytelling na een ramp: verhalen maken herstel mogelijk, ze geven betekenis aan wat is gebeurd en helpen mensen om hun leven opnieuw vorm te geven.
De eerste dagen: woorden als houvast
Drieëntwintig mensen kwamen om bij de ramp, onder wie vier brandweermannen. Meer dan 950 mensen raakten gewond. 1250 mensen verloren hun huis. In de eerste chaotische dagen na de ramp werden zij opgevangen in sporthallen en verzorgingshuizen.
Alles was weg: huis, spullen, zekerheid.
Wat bleef, waren verhalen. De gezamenlijke kerken startten het Pastoraat na Ramp, een plek voor stilte, koffie en een luisterend oor. Later ontstond daaruit het Huis van Verhalen, dat er 25 jaar later nog steeds is.
Directeur Hadassa Meijer was een van de mensen die haar huis verloor. Zij benadrukt dat luisteren en vertellen net zo belangrijk waren als stenen stapelen.
De kuil van de ontploffing, inmiddels begroeid met struiken.
Herkenning als fundament
Ook de buitenruimte is een drager van verhalen. Toen stedenbouwkundige Pi de Bruijn de wederopbouw van Roombeek leidde, koos hij niet voor een schone lei. Hij liet straatnamen, lijnen en fabriekselementen terugkeren in het nieuwe ontwerp en maakte de ondergrondse beek weer zichtbaar.
Zijn stedebouwkundige opzet vertelt het verhaal van de ramp met zowel lege, niet-bebouwde plekken als met historische panden en nieuwbouw. Een toren die beschadigd is geraakt door de explosies, werd met opzet niet hersteld.
De ‘kuil van de ontploffing’ bleef eveneens zichtbaar. “De tijd mag het zand erover leggen,” zei hij, “maar door het weg te pleisteren doe je iets verkeerd.”
Ook de geschiedenis van de textielindustrie bleef behouden. De resten van de voormalige fabrieken konden maar beter gesloopt worden, vonden veel mensen. Daar hadden hun vaders en opa’s ‘zich kapot gewerkt’. De Bruijn zag dat anders. “We houden die resten, want die geven een herkenbaar draadje naar het verleden.”
Schoorsteenpijpen en andere ruimtelijke ankers bleken bewoners te helpen om hun leven weer op te pakken. De herkenning van de oude straten geeft de bewoners een geborgen gevoel, vertelt Meijer, die zes jaar na de ramp zelf ook weer in Roombeek kwam wonen. “Je fietst weer dezelfde hoek om, je voelt: ik ben thuis.”
Een bijzondere rol was weggelegd voor de maquette van de oude wijk. “Mensen wezen elkaar hun vroegere huizen aan”, vertelt De Bruijn, die de maquette vlak na de ramp bouwde om het oude stratenplan als uitgangspunt te kunnen gebruiken.
Bewoners die hun hele hebben en houwen kwijt waren geraakt, kregen daarmee weer iets tastbaars als anker voor hun geheugen.
Het wijkcentrum waar het Huis van Verhalen gevestigd is.
Van rampgebied naar gemeenschap
Vandaag is het Huis van Verhalen gevestigd in wijkcentrum Prismare. Wat begon als noodopvang, groeide uit tot een huiskamer van de buurt. Er wordt samen gegeten, herdacht en geluisterd.
Er liggen foto’s, een brieven en stukken speelgoed, die opnieuw verhalen oproepen. “Er komen iedere week mensen om te rouwen”, vertelt Meijer. “Er zit nog heel veel emotie.”
Collectieve momenten van rouw zijn enorm belangrijk, benadrukt ze. “Als je dat niet goed regelt, ontstaat er veel boosheid, die op allerlei manieren doorwerkt. Faciliteer daarom de rouwverwerking, dat scheelt een heleboel kosten achteraf.”
Wat de ramp ons leert over de rol van storytelling
Na rampen gaat het meestal over wederopbouw in stenen, geld en beleid. Maar herstel begint met verhalen. Enschede koos voor aandacht en ontmoeting.
Want verhalen zijn infrastructuur voor betekenis. Ze helpen mensen om chaos te ordenen, herinneringen te verweven en zichzelf opnieuw te herkennen in het leven dat verdergaat.
Storytelling vervult hier drie essentiële functies:
- Zingeving – verhalen helpen om te begrijpen wat er is gebeurd, en om het onbegrijpelijke te verwoorden.
- Verbinding – verhalen brengen mensen bij elkaar, zodat verdriet gedeeld kan worden.
- Herstel van identiteit – door te vertellen waar je vandaan komt en wat je hebt meegemaakt, hervind je ook jezelf.
Verhalen vormen een collectief geheugen waaruit mensen kracht kunnen putten om verder te gaan.
Het kunstwerk met een gedicht van Willem Wilmink ter herinnering aan de vuurwerkramp
De erfenis van Roombeek
Vijfentwintig jaar later wandelen kinderen langs kunstwerken die verwijzen naar de ramp. In de Museumfabriek staat de maquette als stille getuige. En in het Huis van Verhalen is er nog altijd een kop koffie en een luisterend oor.
Ter gelegenheid van de herdenking lanceerde RTV Oost, samen met het Huis van Verhalen en de gemeente Enschede, een verhalenroute door Roombeek. Langs plekken van herinnering hoor je bewoners vertellen over verlies, veerkracht en het bouwen aan een nieuwe wijk.
De vuurwerkramp liet zien hoe kwetsbaar een stad kan zijn, maar ook hoe sterk verhalen mensen bijeen kunnen houden. Verhalen bouwen geen huizen, maar ze geven mensen wel weer grond onder hun voeten.

Storytelling: het verhaal van nà de ramp
Als bezoeker van de Dag van de Stad woonde ik de filmlezing bij over de vuurwerkramp en schreef dit artikel over de rol van storytelling bij de verwerking na deze crisis en de wederopbouw van Roombeek.
Als schrijver en storytellingexpert werk ik zelf regelmatig met storytelling na een crisis: als vorm van rouwverwerking, om opnieuw betekenis te geven aan de gebeurtenissen en om nieuwe vormen van vertellen te vinden. Dat deed ik onder meer voor politie Rotterdam, GGD West-Brabant en ROC Leiden.











