Bodem bepaalt alles, blijkt in mijn woonplaats Den Haag. De stad rust op zand en veen, zo weten de meeste mensen wel die hier vandaan komen. En nog iets dat vaak vergeten wordt: klei, achtergelaten door oude rivierarmen.
Die ondergrond bepaalt waar mensen woonden, hoe de stad groeide en waarom sommige wijken nog altijd een andere sfeer en status hebben dan andere. Dat ik hierover schrijf, is niet toevallig, want ik ben in opleiding tot hagoloog.
De-wat?
Die naam is een geintje van de cursusontwerpers, maar tegelijkertijd bloedserieus. Want tijdens deze Haagse geschiedeniscursus verdiepten we ons in de ondergrond: hoe is deze stad ontstaan? En waarom lopen de scheidslijnen tussen arm en rijk nog steeds langs de bodem?
Kijk om je heen en je ziet het.
Het hogere zand was de plek voor paleizen en deftige buurten. Het veen was zompig, maar toch vestigden arbeiders zich er, bouwden ze, leefden ze. Om het bewoonbaar te maken, werd veen soms bedekt met een laag zand, alsof de geschiedenis er even overheen werd geschoven. Maar wie goed kijkt, ziet de onderlagen nog steeds.
Een boek schrijven werkt net zo.
Op het eerste gezicht lijkt een verhaal een vloeiend geheel. Maar als je graaft, ontdek je de fundamenten. Sommige teksten hebben een stevige zandgrond: een heldere structuur, een logische opbouw, geen onverwachte verzakkingen.
Andere zijn als veen: vol rijke ideeën, maar als je niet oppast, zakt alles weg. En soms voelt schrijven als werken met klei: taai, zwaar, maar met geduld kneed je het tot iets sterks.
Een schrijver is een stadsontwerper.
Waar verzakt het, en wat moet worden opgehoogd? Soms moet je bepaalde lagen blootleggen, andere juist afdekken. Wat op het eerste gezicht een rommelige wirwar lijkt, kan met de juiste ingrepen een stevig, gelaagd boek worden.
Soms helpt wilskracht bij het maken van zo'n fundament, waardoor het schrijven van een boek soepel verloopt. Maar meestal is er iets anders nodig.
Wie de bodem begrijpt, begrijpt Den Haag. En wie de lagen van een verhaal doorgrondt, schrijft een boek dat blijft staan.