Waar let je op bij het ophalen van verhalen in organisaties?

Verhalen zijn mooie manieren om veranderingen in gang te zetten en de psychologische veiligheid te borgen. Lees hier veelgestelde vragen en antwoorden over het ophalen en delen van verhalen in organisaties.

Aan welke minimale voorwaarden moet goede storytelling voldoen in organisaties?

  • Concreet: Goede storytelling is altijd concreet, bevat emoties en levert een betekenis. Je vertelt een verhaal namelijk met een doel, bijvoorbeeld om een inzicht te delen of een oproep te doen om mee te doen. 
  • Er staat iets op het spel: Bij een goed verhaal dat mensen echt raakt staat er iets op het spel: er moet echt ergens over gaan. 
  • Verandering: Tot slot gaat een verhaal altijd over een verandering: aan het einde is er iets veranderd, een inzicht verworven of een obstakel uit de weg geruimd.

Hoe pas je storytelling in de praktijk toe in een gesprek met een cliënt?

Je kunt bijvoorbeeld verhalen gebruiken om een connectie te leggen met de cliënt. Vraag via een verhaal wat de cliënt bezighoudt. Of als dat niet lukt: als je een verhaal over jezelf vertelt, is de ander ook meer geneigd om via een verhaal zich te openen. 

Verhalen creëren psychologische veiligheid. Door verhalen te vertellen (jijzelf en de klant) verken je bijvoorbeeld welke waarden voor jullie belangrijk zijn. Dat kan een mooie ingang zijn om in een veilige sfeer te ontdekken welke waarde  bijvoorbeeld ‘geld’ voor je klanten heeft, hoe ze ermee omgaan, wat hun behoeften zijn, etc. Probeer eens te vragen: wat is een vroege herinnering van jou hoe er bij jullie thuis over geld werd gepraat?

Je kunt het ook op grotere schaal toepassen. Kwalitatief onderzoek onder cliënten door middel van verhalen maakt de beleving concreet van de professionals die ermee te maken hebben. Die verhalen zeggen vaak veel meer dan enquêtes, grafieken of meningen in een standaard klantonderzoek. 

Of als je aan de start staat van een nieuw traject, begin dan met het verkennen van de gezamenlijke droom door verhalen te vertellen wat er mogelijk is (met de inzet van appreciative inquiry). 

Of gebruik verhalen om het verloop van een verandertraject in beeld te krijgen. Wat was het begin, wat gebeurde er daarna, wat moet er nog gebeuren? Wat is er tot nu toe bereikt?


Welke tools/hulpmiddelen gebruik je om mensen te helpen hun verhalen voor verandering op te diepen?

Het gaat altijd om de inzet van narratieve vragen of andere triggers. Dat kunnen specifieke vragen zijn, maar ook beelden, voorwerpen of iets anders. Je vraagt bijvoorbeeld deelnemers om een voorwerp mee te nemen dat iets voor hen betekent. Ook associatiekaarten, de foto’s op hun eigen mobiele telefoon of de ruimte waarin je bent kunnen daarin voorzien. 

Ook het vertellen van bestaande verhalen is een mooie prikkel. Het ene verhaal roept vaak het andere op. 

Er zijn allerlei mooie sets, kaarten en andere tools beschikbaar met geschikte beelden en vragen. 

De vragen worden ‘narratieve prikkelvragen’ genoemd. Dat zijn vragen die verhalen oproepen. Het helpt daarbij om naar iets concreets te vragen en naar zaken die een emotie oproepen. 

Neem me eens mee naar een gebeurtenis waarop jij dacht.. lieve hemel. Of juist dat je dacht: oh wauw

Je vraagt daarbij altijd naar feitelijke gebeurtenissen. Natuurlijk voegt de verteller daar ook altijd zijn persoonlijke interpretaties aan toe, maar de feiten vormen de basis. 

  • Wat was een gebeurtenis waar je trots op bent of waarvan je iets geleerd hebt? 
  • Kun je die beschrijven? Kun je me vertellen wat belangrijke successen, kwaliteiten, sterke kanten zijn van… 
  • Wat is de betekenis daarvan? 
  • Hoe zie je dat? 
  • Hoe kunnen we deze successen uitbouwen? 
  • Hoe ziet dat er dan uit? 
  • Waar wil je meer van? 
  • Hoe zie je dat voor je? 
  • Welke concrete acties gaan we uitvoeren om het doel te bereiken?

Hoe vertel je op een natuurlijke manier een persoonlijk verhaal om een team in beweging te krijgen?

Zomaar een persoonlijk verhaal vertellen kan ‘niet natuurlijk’ aanvoelen, omdat we lang niet altijd gewend zijn om verhalen hiervoor in te zetten. Ik denk dat je het vaker op een lichte manier kunt uitproberen, zodat jij en je gesprekspartners er stap voor stap vertrouwd mee raken. 

Met de vraag ‘mag ik je een verhaal vertellen over wat ik laatst meegemaakt hebt’, kun je je verhaal inleiden. Met zo’n zinnetje vraag je eigenlijk instemming van de ander en open je de bereidheid om het verhaal te ontvangen. 

Het is natuurlijk wel van belang dat je verhaal ergens landt, en dat kan alleen maar als het verhaal van toepassing is op de situatie en op de ontvanger. Stem je verhaal dus goed af. 


Hoe borg je het ophalen van verhalen in een organisatie, zodat het onderdeel uitmaakt van de dagelijkse praktijk?

Om storytelling in een organisatie te borgen heb je een verhalende cultuur nodig. Sommige organisaties stellen speciale mensen aan (chief storytelling officers), die hiervoor voortdurend aandacht blijven vragen. Het begint met de bewustwording dat verhalen op heel veel verschillende manieren ingezet kunnen worden. 

Bij de werving van nieuwe medewerkers bijvoorbeeld, maar ook als start van brainstormsessies. Begin het teamoverleg met enkele verhalen van deelnemers over hun ervaringen met een recent project. Of laat nieuwe collega’s zichzelf introduceren met een markant verhaal. 

Dat zijn mooie manieren om een verhalende cultuur op gang te brengen. Hoe meer vertrouwd mensen er mee worden, hoe makkelijker het is om dit blijvend te verankeren. 

Op welke manieren neem je mensen mee in een beleving of emotie?

Een handige ezelsbrug om beleving en emotie praktisch toe te passen in een verhaal is de BEB. Deze letters staan voor Beeld – Ervaring/Emotie – Betekenis.

Je begint bij ‘Beeld’: schets de (begin)situatie waar het over gaat en maak dat plaatje zo concreet mogelijk. 

  • Over wie gaat het? 
  • Wat was je aan het doen?
  •  Waarom was je daar? 

Daarna beschrijf je de ervaring of feitelijke gebeurtenis en de bijbehorende emoties. 

  • Wat gebeurde er? 
  • Hoe reageerde je? 
  • Hoe liep het af? 

Deel tot slot de betekenis of inzicht die hieruit volgt. 

  • Wat heb je ervan geleerd? 
  • Wat heb je toen besloten? 
  • Wat betekent dit voor je lezer? 

Ik ben enthousiast verteller. Soms komt de vraag om niet te veel uit te wijden. Hoe doe ik dat? 

Dan kun je ook de BEB als houvast gebruiken. Vooral het laatste onderdeel 'Betekenis' kan je helpen, want dat beantwoordt de vraag van je luisteraars waarom je het verhaal eigenlijk vertelt. Wat de BEB precies is, dat vind je bij de andere reacties terug.

Wat werkt beter, een verhaal visualiseren of toch opschrijven?

Dit is afhankelijk van de mensen met wie je wilt communiceren. Zijn dit echte kijkers of lezen ze liever teksten? Een combinatie kan natuurlijk ook. 

Als je uitsluitend schrijft, is het ook van belang het verhaal beeldend op te schrijven: zo visueel mogelijk dus. Als lezers ‘het plaatje’ voor zich zien, komt het veel krachtiger binnen. 

Zijn er handige manieren om een verhaal vast te leggen? Maak je dan opnames of leg je een verhaal vast op schrift? 

Het hangt af van het doel met je verhalen. Wil je andere mensen in de organisatie laten aanhaken, bijvoorbeeld bij een nieuw traject? Dan kunnen deelnemers hun verhaal delen op een gezamenlijke bijeenkomst of (laten) optekenen voor een artikel voor intern gebruik. 

Je kunt ook werken met een samenvattend verslag, waarin je op zoek gaat naar de rode draad van de verhalen. Als het management de uitkomsten wil weten van een sessie, is dit doorgaans genoeg. 

Als het belangrijk is dat ook de onderliggende verhalen nog gebruikt worden, dan kun je die verhalen opnemen met video of voicerecorders.

In mijn team zit zoveel emotie op de samenwerking en de ervaren werkdruk dat mensen soms gaan huilen of weglopen. Hoe kan storytelling helpen om er weer voor elkaar te zijn?

Dat zijn heftige situaties! Het delen van verhalen kan helpen, al is het - net zoals andere methoden - nooit de enige knop waar je aan kunt draaien. Maar het kan wel een bijdrage leveren, omdat bij het delen van verhalen echte aandacht gegeven wordt aan de vertellers: wat speelt er eigenlijk? Als iemand zich gezien en gehoord voelt, scheelt dat al enorm. 

Het punt is natuurlijk wel dat de sfeer veilig moet zijn om verhalen te vertellen. Je zou een meeting kunnen beginnen met een verhalende incheck: 

  • Wat mij vanochtend opviel was... 
  • Ik werd vanochtend blij van... 

Door dit soort kleine momenten/verhalen met elkaar te delen, kan er weer wat ontspanning komen. 

Hoe voorkom je dat mensen het gevoel hebben dat je een 'sprookje' vertelt? Ofwel dat je mensen denken: het loopt altijd goed af... 

Het is niet de bedoeling om het-is-altijd-mooi-weer-verhalen te vertellen, als dat misschien de associatie is die jij bij storytelling krijgt. Verhalen gaan juist vaak over twijfels, tegenslagen, gedoe. En het hoeft zeker ook niet een happy-end te zijn. 

Wat je wel vaak ziet bij verhalen is dat er een bepaalde les geleerd wordt uit een conflict of tegenslag, dus er wordt een betekenis uit gehaald. Dat is vaak wel een bemoedigende boodschap. 

Het allerbelangrijkste is natuurlijk dat het verhaal zelf geloofwaardig is. Een glad succesverhaal zonder de twijfels en de tegenslagen, dat gaat het sowieso niet werken. Luisteraars zijn erg gevoelig voor boodschappen waarbij hen iets op de mouw gespeld wordt, dus geloofwaardigheid is cruciaal. 

In verhalen horen dus zowel conflicten en tegenslag als een bemoedigende boodschap aan het einde. 


Hoe laat je iemand zichzelf tot de kern beperken, zodat hij niet oneindig uitweidt met zijn verhaal? 

Uitgebreide verhalen zijn zeker geen must. Maar het is ook handig om te kijken naar de mensen die je met deze verhalen zou willen bereiken. Hebben zij behoefte aan kort en krachtig? Of hebben ze verhalen met veel (emotionele) diepgang nodig om geraakt te worden (en zo meegenomen te worden in de positieve verandering)?

Hoe houd je het verhaal van de ander concreet en zorg je ervoor dat je gesprekspartner bij de essentie blijft?

Wil je verhalen ophalen of gerichte informatie? Bij verhalen mogen vertellers de breedte in gaan, het is immers hun verhaal. In de droomfase zou het wel eens aan het begin nog niet duidelijk kunnen zijn wat eigenlijk de essentie is. Dus dan geef je de vertellers juist de ruimte. 

Als je op zoek bent naar ‘de essentie’ (en je dus weet wat je wilt weten), dan kun je delen waar jij specifiek naar op zoek bent. Gerichte vragen stellen dus. 

Worden vertellers te vaag of gebruiken ze voornamelijk abstracte taal, dan vraag je: heb je daar een concreet voorbeeld van? Of: kun je mij een situatie noemen, waarin jij voor het laatst…. Dat is een geweldige manier om weer vaste grond onder de voeten te krijgen.