Hoe pas je storytelling toe voor educatieve doelen, zoals e-learnings?

Storytelling voor educatieve doelstellingen, het wordt steeds vaker toegepast. Waarom werkt het, hoe doe je het en wat zijn de valkuilen? En natuurlijk deel ik ook enkele voorbeelden.

Waarom zijn verhalen geschikt om iets nieuws te leren?

Sinds mensenheugenis worden verhalen toegepast om kennis, ervaringen en inzichten over te dragen. Het is de allereerste functie van verhalen: iets overdragen op een boeiende manier en meteen ook een waardevolle les meegeven. 

We slaan verhalen gemakkelijk op in ons brein, zeker als er een verrassende wending in zit. Dat betekent dat kennis in verhaalvorm vaak makkelijk te reproduceren is.

Dankzij verhalen wordt de inhoud levendig en toepassingsgericht gepresenteerd: de deelnemer ziet direct voor zich wat de bedoeling is van de inhoudelijke stof. Storytellers doen niet aan saai. 

En daarom zijn verhalen uitstekend geschikt om mensen nieuwe dingen te leren. Zoals in het onderwijs, maar ook voor bijscholing en vakonderwijs, zoals e-learnings en e-modules. 


Waarom werken verhalen in het onderwijs, bijvoorbeeld in e-learnings?

Een verhaal trekt je mee in de ervaring, waardoor je niet alleen met je intellectuele brein actief bent, maar ook emotioneel betrokken raakt. Je verplaatst je als lezer in het perspectief van een ander, wat jou een rijkere ervaring oplevert.

In een verhaalwereld stellen mensen zich gemakkelijker open voor iets nieuws, dat ze nog niet kennen. Vaak reageren ze wat minder kritisch dan op 'gewone' informatie. Via de verhaalvorm kun je daarom ook informatie toegankelijk maken die mensen moeilijk of lastig vinden.

Als het om emoties gaat is ons brein bovendien extra alert. Daardoor worden verhalen veel beter onthouden dan feitelijke informatie in de vorm van opsommingen of uiteenzettingen.

Welke verhalen gebruik je voor educatieve doeleinden?

Er is een groot repertoire aan soorten verhalen, dus de keuze is afhankelijk van het educatieve doel. Je gaat bijvoorbeeld waargebeurde verhalen verzamelen van professionals in de jeugdzorg. Het doel is om praktijkervaringen te delen hoe ketenpartners in de jeugdzorg met elkaar samenwerken. 

Hiervoor verzamel je zoveel mogelijk concrete voorbeelden over samenwerking: waar het misgaat, wat wel goed werkt en wat bruikbare elementen zijn voor een goede samenwerking. Met name verhalen waarin iets niet goed lukt of verhalen over dilemma's zijn interessant. Dan staat er iets op het spel en kan er daadwerkelijk iets geleerd worden. Dat was bijvoorbeeld het geval bij het verzamelen van verhalen over de strandrellen bij Hoek van Holland, waarvoor de politie van Rotterdam-Rijnmond de opdracht gaf.

Een inspirerend voorbeeld geeft agile-expert Rini van Solingen, die door middel van storytelling abstracte processen, feiten en cijfers tot leven brengt in zijn (educatieve) lezingen over agile werken.


Kun je fictie gebruiken om leerervaringen te delen? 

Ja, ook fictieve verhalen (dus verzonnen verhalen) zijn een goede mogelijkheid om leerervaringen op te doen. Uit cognitief onderzoek blijkt dat het voor het brein niets uitmaakt of iets echt gebeurd is of verzonnen. Denk maar aan de manier waarop je bij een film de tranen laat lopen of in een boek helemaal meeleeft met de hoofdpersoon die iets verdrietigs doormaakt.

Romans, sprookjes, parabels of andere vormen van fictie bieden lezers de mogelijkheid om ervaringen op te doen in een andere wereld dan in de realiteit. Daarmee helpt fictie om je empathische vermogen te trainen en emotionele ervaringen op te doen die je (nog) niet uit eigen ervaring kent.

Via verhalen kun je ook scenario’s uitbeelden en grenzen verkennen. "Je brengt je zelfinzicht tot ontwikkeling en vergroot daarmee het reservoir om je handelen te bepalen", schrijven Ruud Hisgen en Adriaan van der Weel in hun boek De Lezende Mens, de betekenis van het boek voor ons bestaan. Ze helpen je om je in te leven in een lastig dilemma en je nodigen uit om zelf na te denken wat je wel of niet acceptabel vindt. 


Welke vormen zijn geschikt bij educatieve doeleinden?

Dat kan in verschillende vormen. Hierbij enkele veelgebruikte voorbeelden:

Praktijkverhaal: Je deelt verhalen die als voorbeeld dienen bij de inhoud die je deelt. Zo maak je de inhoud toegankelijk en geef je aan hoe de toepassing in de praktijk eruit ziet. 

Dilemma's: Je deelt verhalen om dilemma’s aan de orde te stellen. De hoofdpersoon moet bijvoorbeeld een lastige keuze maken. Het verhaal laat zien hoe hij daarmee omgaat en wat zijn (morele) afwegingen zijn. Om de deelnemers hier actief bij te betrekken kun je hen vragen het verhaal zelf af te maken.

Co-creatie: de deelnemer is zelf de hoofdpersoon in het verhaal, net zoals bij veel games. Hij of zij mag zelf keuzes maken en daarmee de verhaallijn veranderen of aanpassen. 

De deelnemer beleeft iets dat meerdere zintuigen prikkelt, bijvoorbeeld in een Virtual Reality-omgeving. Hij gaat door een spanningsboog heen, er is een plot die uitnodigt om verdere stappen te zetten. Omdat de deelnemer zelf aan het stuur staat en alle ervaringen virtueel beleeft, zal de ervaring nog beter blijven hangen.

Hoe pas je storytelling toe in een e-module? 

Ook in nieuwe digitale vormen van leren is storytelling een handige manier voor rijke leerervaringen. Veel mensen knappen af van droge stof met cijfers en feiten. Het blijft niet hangen. Ze zien het niet voor zich. Dat geldt vooral voor mensen die denken in beelden of actiegericht zijn. 

Deel voor deze mensen geen tips, rijtjes of modellen, maar giet de kennis, ervaring en houdingsdoelstellingen in de vorm van een verhaal, een concreet voorbeeld of een vergelijking die tot de verbeelding spreekt.


Welke elementen dienen er in een verhaal te zitten om het te laten werken?

Er is heel veel vrijheid in de toepassing van verhalen. Toch zijn er wetmatigheden op het gebied van de structuur.

  • Een verhaal heeft in ieder geval een begin, midden en einde nodig.
  • Er is altijd een hoofdpersoon, liefst een hoofdpersoon met wie de lezer zich kan identificeren. Deze hoofdpersoon heeft een verlangen, waardoor hij in beweging komt.
  • Er is een obstakel in de vorm van een probleem, vraagstuk of dilemma. Er moet iets op het spel staan.
  • De hoofdpersoon wordt uitgedaagd om een keuze te maken. Dat noemen we de ommekeer of de wending.
  • Aan het einde van het verhaal is iets veranderd: er is een oplossing of resultaat. 
  • Het draait uiteindelijk om betekenisgeving: wat haalt de lezer eruit? Dat is de leerervaring waar het allemaal om draait.


Hoe ontwikkel je zelf een e-learning met behulp van storytelling?

Voordat je begint met het ontwikkelen van verhalen voor je e-learning is het belangrijk dat je goed weet wat de deelnemers na het doorlopen van de lessen en het hele traject moeten weten of kunnen. 

Breng dat dus eerst in kaart. Ga na wat de deelnemers dienen te leren en hoe je deze doelen laat aansluiten op de persoonlijk leerdoelen van de deelnemers. 

Wanneer je een goed beeld hebt van deze leerdoelen, ontwerp je een leerplan. Daarin pas je de verschillende leerstrategieën toe die je deelnemers hanteren. Hak ingewikkelde informatie op in kleine onderdelen. Maak een afwisseling tussen groepsopdrachten en individuele opdrachten. Stimuleer dat deelnemers zelf nadenken over de onderwerpen die je aanbiedt.

Giet deze ‘reis’ vervolgens in een storyboard zodat je een goed overzicht krijgt van welke informatie, verhalen en ervaringen je waar nodig hebt. 


Hoe creëer je een leerverhaal? 

Schrijf het verhaal vanuit een held met wie je lezer zich kan identificeren. Kwetsbaarheid, vastberadenheid en verlangen zijn goede eigenschappen voor een held. 

Ook helden die twijfelen, imperfect zijn of zich een buitenbeentje voelen, hebben een streepje voor. Er is altijd een probleem of dilemma. Er moet iets op het spel staan, dat emotionele impact heeft op de held. Waar verlangt de held naar? Dat is wat hem of haar in beweging brengt. 

  • Begin bij jouw eigen boodschap: wat wil je overbrengen?
  • Ga na wat je deelnemers precies willen weten. Waar zit hun leerbehoefte?
  • Richt je op de overlap tussen je boodschap en wat deelnemers willen weten.
  • Zoom in op het thema. Maak het belangrijk. Wat is er te winnen of te verliezen? Wat staat er op het spel? 
  • Wat is van waarde/belangrijk voor de hoofdpersoon? 
  • Welke hulpbronnen zijn er om die obstakels te overwinnen? 
  • Welke mensen zijn nodig? 
  • De uitkomst: er vindt een serie van gebeurtenissen plaats waarin de personages van het verhaal het conflict oplossen en de gewenste uitkomst bereiken. 
  • Laat deelnemers hun eigen conclusie trekken. Wat heb je ervan geleerd? Wat is de betekenis van dit verhaal? 

Lees meer hierover in mijn artikel met het stappenplan voor een grandioos verhaal.


Voor welke deelnemers is storytelling (niet) geschikt?

Storytelling is het meest geschikt voor mensen met een leerstijl die hierbij past. Verhalen zullen aanslaan bij mensen die geprikkeld worden door verbeelding, taal, zintuiglijke prikkeling en avontuur. Ze houden vaak van nieuwe dingen ontdekken en puzzelen.

Storytelling is minder geschikt voor abstracte denkers en voor mensen die van heldere instructies houden. Het zijn mensen die niet van verhaaltjes-sommen houden, maar liever een analytisch vraagstuk voorgeschoteld krijgen. 

Een combinatie van verhalen en cijfers kan trouwens wel goed werken. Meer hierover lees je hier: cijfers en verhalen, een gouden combinatie.


Wat zijn de meest voorkomende valkuilen?

Ik noem hier de belangrijkste:

# De gebruikte verhalen zijn niet geloofwaardig. 

Vooral bij bedachte verhalen loop je dit risico. Een grote gemiste kans, want geloofwaardigheid is essentieel om verhalen te laten werken. Werk daarom bij voorkeur met waargebeurde verhalen die verzameld zijn onder de mensen waar het om gaat. Leg daarvoor een verhalenbank aan, zodat je makkelijk toegang hebt tot deze verhalen.

In specifieke gevallen kun je ook met fictie werken, bijvoorbeeld als het om leerervaringen gaat die zich in de toekomst afspelen (zie de beantwoording van de vraag hierboven). 

# Het verhaal sluit niet aan bij de leerbehoeften

Als verhalen niet aansluiten bij de leerbehoefte van de deelnemers, zul je de plank misslaan. Dat geldt natuurlijk voor àlle trainingen die niet aansluiten op leerbehoeften. 

# Het verhaal wordt als te educatief ervaren. 

Als de 'les' er te dik bovenop ligt, loop je inderdaad dat risico. Dan kunnen deelnemers afknappen. Veel deelnemers associëren onderwijs met 'saai' of 'verplicht', terwijl het doel van verhalen juist is om de inhoud levendig en praktijkgericht te maken.

Het is raadzaam om de lezer/deelnemer zelf de betekenis uit het verhaal te laten halen. Dat is trouwens ook het mooie van verhalen: juist omdat de deelnemer in een goed verhaal zelf de betekenis eruit haalt, komt het extra krachtig binnen.

# Er staat niets op het spel in het verhaal. 

Denk aan een succesverhaal, waarin de resultaten op een presenteerblaadje aangereikt worden. Er staat niets op het spel en de held heeft dus ook niets kunnen overwinnen. Een gemiste kans, want daarmee ontbreekt ook vaak de leerervaring.

# De ontwikkelaars kunnen er te weinig tijd/budget in steken. 

In veel organisaties is weinig tijd of budget beschikbaar voor het ontwikkelen van educatieve programma’s. Storytelling lijkt dan een extra taak die er bovenop komt en veel tijd en geld opslokt. 

Keer het eens om. Als de deelnemers deze leerervaringen niet opdoen in een veilige leeromgeving, wat zou het de organisatie dan kosten?




Wil je meer weten over dit onderwerp? 

Kan ik je advies geven over de toepassing van storytelling in jouw educatieve programma? Neem contact met me op voor een persoonlijk verhaalconsult.